Slikken

Onze mond gebruiken we voor onder andere bijten, kauwen en slikken. Door goede samenwerking van mondspieren, kaken en tong kunnen we drinken zonder te knoeien en is ook het kauwen en doorslikken van ‘lastig’ voedsel (bijvoorbeeld ‘draadjesvlees’) geen enkel probleem. Mondfuncties die niet goed ontwikkeld zijn kunnen een negatief effect hebben op de gezondheid of de stand van het gebit. Behandeling kan deze problemen verkleinen of (deels) voorkomen.

Mondademen

Bij mondademen stroomt de lucht ‘onbehandeld’ naar binnen en is de kans op oorontsteking en infectie van keel of amandelen groter. Een ander nadeel van mondademen is dat de tong bij het slikken meestal een verkeerde beweging maakt en dus de tanden naar voren kan duwen.

Als je door de neus ademt maakt de neus de ingeademde lucht warm, vochtig en schoon. Een gesloten mond zorgt voor goede druk van de lippen op de voortanden, dit is belangrijk voor een goede stand van de voortanden.

Zuigen of bijten

Duim- of vingerzuigen (ook bij volwassenen) en het sabbelen op een speen kan zorgen voor een afwijkende stand van het gebit. Verkeerde gewoonten zoals: zuigen op tong of lippen, bijten op lippen, vingers of nagels, kaakklemmen of tandenknarsen kunnen klachten geven.

Slikken

Als bij het slikken de tong verkeerd beweegt en hard tegen tanden en kiezen duwt, kan er een opening tussen de tanden ontstaan (open beet).

Het goed bewegen van de tong bij kauwen en slikken zorgt voor een juiste krachtverdeling tussen de spieren in de mond. De kaken en het gehemelte groeien dan in de goede vorm. De kans op een mooie rij tanden en kiezen is het grootst en behandeling door een orthodontist kan soms voorkomen of beperkt worden.