Spraak

Met de zesentwintig letters van het alfabet maken we ongeveer veertig verschillende klanken. Als stembanden, lippen, tong en gehemelte goed samenwerken is de spraak duidelijk en goed verstaanbaar. Als uw kind 15 maanden of ouder is kan de logopedist onderzoeken of de spraakontwikkeling normaal verloopt. Hoe eerder een spraakprobleem ontdekt en behandeld wordt, hoe beter dit is voor het verdere verloop van de spraakontwikkeling. De logopedist helpt uw kind zo snel mogelijk duidelijker spreken.

Vertraagde spraakontwikkeling

Bij een goede spraakontwikkeling is het normaal dat heel jonge kinderen woorden nog onvolledig uitspreken. Uw kind zegt bijvoorbeeld ’toe’ in plaats van ’stoel’. Als uw kind vier jaar is geldt de VVVregel: Verstaanbaar zijn Voor Vreemden. Op de leeftijd van vijf jaar kan een kind de meeste klanken goed uitspreken, alleen de ’r’ mag nog lastig zijn. Als de spraakontwikkeling langzamer verloopt is logopedische hulp nodig.

Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Als uw kind verbale ontwikkelingsdyspraxie heeft is er meestal niets mis met de spraakspieren (tong, lippen, kaken en gezicht). Het probleem is dat de spraakspieren niet goed worden aangestuurd. Uw kind weet vaak precies wat hij wil zeggen, toch krijgt hij het niet voor elkaar om klanken goed uit te spreken. Of het lukt niet om de letters van een woord in de goede volgorde te zeggen. De spraak is over het algemeen slecht verstaanbaar.

Slissen

Door te slappe tongspieren of te weinig controle over deze spieren, worden de klanken ‘s’, ‘t’, ‘d’ of ‘l’ verkeerd uitgesproken. De tong duwt tegen de tanden of wordt ertussen geperst. Slissen komt op alle leeftijd voor en gaat meestal samen met een onjuiste manier van slikken. Lees voor meer informatie de brochure: ‘Logopedie & Slikken’.

Nasaliteit

Bij nasaal spreken gaat er te veel of te weinig lucht door de neus, dit kan bijvoorbeeld een gevolg zijn van ‘vergrote amandelen’ of een ‘aangeboren spleet’ in lip, kaak of gehemelte.